Pesten en geweld op school: Handreiking voor een daadkrachtig schoolbeleid

Link naar het programma: Pesten en geweld op school: handreiking voor een daadkrachtig schoolbeleid

Doelgroep
Leerkrachten, schoolpersoneel, opvoeders en directie van een school.

Doel van het programma
Het ondersteunen van schoolteams en schoolleiding bij de uitbouw en het versterken van het schoolbeleid, met het oog op het aanpakken van pesten en andere vormen van geweld binnen de school.

Duur van het programma
Hier is de school vrij in, de school bepaalt zelf wat er wordt gedaan en hoeveel tijd ze hieraan willen spenderen. Dit programma biedt ondersteuning om zelf een daadkrachtig beleid op te stellen, aangepast aan de noden van de school.

Inhoud

Deel 1: Pesten en geweld op school: hefbomen voor een krachtig schoolbeleid
Deel 1 van het programma wijst op het belang van een eigen missie of identiteit van de school, zelfverzekerd leiderschap en samenwerking tussen schoolleiding en leerkrachten. Volgens Hanson zijn er drie belangrijke beleidzones waarbij de betwiste zone, een plaats is waar conflict ontstaat tussen het directie- en schoolpersoneelsbeleid.

Screen_shot_2011-04-21_at_23.03.26.png

- Toetsingsinstrument van het beleidsvoerend vermogen
Dit toetsingsinstrument reikt leerkrachten een hulpmiddel aan om op zoek te gaan naar de kwaliteiten en gebreken van het (eigen) schoolbeleid. De nabespreking van de verschillende oefeningen die het toetsingsinstrument heeft, is een absolute must. Men kan dan bijvoorbeeld nagaan of de visie op het huidig schoolbeleid varieert volgens de functie van de personeelsleden.

Het programma maakt vaak gebruik van checklists om het beleidsvermogen van de scholen te analyseren. Hieronder wordt een voorbeeld van een checklist gegeven:

Screen_shot_2011-04-21_at_23.09.13.png
De checklists die aangereikt worden, kunnen aangepast worden naargelang het probleem. Vaak is het interessant dat er een veilige omgeving wordt gecreëerd om hierover te debatteren. Alternatieve manieren om de lijsten aan te wenden worden aangereikt in het programma. Er worden aan het eind ook nuttige sites meegegeven waar men andere gelijkaardige toetsingsinstrumenten kan terugvinden.

Voorbeeld van een checklist toegepast op probleemgedrag:
Screen_shot_2011-04-21_at_23.15.37.png

- Draaiboek voor het optimaliseren van de aanpak in 6 fasen:
Dit draaiboek is een doe-instrument dat uitnodigt tot reflectie en dialoog, het zet het onderwijspersoneel op weg naar het voorstellen en uitwerken van doelgerichte initiatieven.

  • fase 1: een duidelijke beleidskeuze
Een eerste stap is dat er met het hele schoolteam wordt gekozen om het draaiboek toe te passen. De motievenoefening kan gebruikt worden om de motieven voor verandering en optimalisering na te gaan.

Voorbeeld van de motievenkaart:

Screen_shot_2011-04-22_at_18.15.28.png

  • fase 2: stilstaan bij de huidige school- en klaspraktijk

Aan de hand van casusbespreking, de perspectievenoefening en een oefening met betrekking tot de remediërende schoolaanpak, wordt de actuele schoolpraktijk in kaart gebracht.

  • fase 3: sterktezwakteanalyse van de huidige schoolaanpak

In deze fase wordt gewerkt met een SWOT-analyse, waarbij men op zoek gaat naar de sterktes, de zwaktes, de kansen en de valkuilen van bepaalde initiatieven op de school.

Voorbeeld van een swot-analyse aan de hand van post-it’s:

Screen_shot_2011-04-22_at_18.20.35.png
  • fase 4: opstellen van een schoolspecifiek werk- of actieplan.

Het formuleren van realistische en operationele doelen, gekoppeld aan een welomschreven actieplan(ning). Er wordt in dit programma een leidraad aangereikt voor de planning zelf.

  • fase 5: toetsing van de randvoorwaarden

In deze fase gebruikt men een checklist om de randvoorwaarden na te gaan die nodig zijn voor men overgaat tot actie.

Voorbeeld checklist randvoorwaarden:
Screen_shot_2011-04-23_at_16.30.54.png

  • fase 6: voorbereiding van de evaluatie en van de terugkoppeling naar de praktijk

Door het op voorhand preciseren van de veranderingen die men wil teweeg brengen, kan men deze gemakkelijker evalueren aan de hand van product- en procesgerichte evaluatie, waarbij een aantal stappen doorlopen worden.


Screen_shot_2011-04-22_at_18.14.47.png

Elke fase gaat gepaard met een aantal opdrachten die liefst in de opgegeven volgorde doorlopen worden. De opdrachten zelf staan volledig uitgeschreven in het draaiboek. Er wordt zeer veel belang gehecht aan de nabespreking van de oefeningen.

- Preventie op school
Het programma bevat ook een preventie instrument ‘preventie op school’ met de nodige werkbladen en een stappenplan.
  • Stap 1: Opstellen inventaris: Wat typeert de huidige schoolaanpak van pesten en geweld op school? (Individueel in te vullen.)
  • Stap 2: Beoordeling van het huidige preventiebeleid (Individueel in te vullen.)
  • Stap 3: Adviezen en aanbevelingen (Individueel in te vullen.)
  • Stap 4: Groepsgesprek: uitwisseling van antwoorden.
  • Stap 5: Plenummoment: bundelen van alle bevindingen.

- Toetsingsinstrument voor de beoordeling van het gestelgericht karakter
Tot slot bevat deel 1 ook een toetsingsinstrument voor het beoordelen van het herstelgericht karakter in verband met het tuchtbeleid op school. Dit is belangrijk, maar een school is er niet altijd aan toe om deze zinvol toe te passen. Het toetsingsinstrument wordt gebruikt om de waardeoriëntatie van de school in kaart te brengen.

Deel 2: Instrumenten bij het uitwerken, versterken en/ of heroriënteren van het schoolbeleid
Verbondenheid wordt gezien als een fundament voor een positieve en respectvolle schoolcultuur: Het is belangrijk dat er aandacht wordt geschonken aan de vijf levensbanden.

Screen_shot_2011-04-22_at_00.05.29.png

7 bouwstenen worden aangereikt om de verbondenheid op school te versterken en te investeren in de kwaliteit van omgaan in de school. Bij elke bouwsteen zijn er praktische opdrachten/instrumenten ter beschikking.

Screen_shot_2011-04-22_at_12.52.39.png

- Bouwsteen 1: werken aan verbondenheid op klas- en schoolniveau
(a) Ervaringsreflectie bij de leerkrachten
(b) Opstellen van een dubbele praktijkinventaris
(c) Nieuwe betekenisvolle en duurzame initiatieven voorstellen en uitwerken

Het programma bevat opdrachten om de verbondenheid binnen het team te versterken: zoals bijvoorbeeld een oefening op de belevingsbanden, die nadien wordt nabesproken. Daarna wordt ook een sterktezwakte-analyse gedaan voor de inventaris van wat er al gedaan wordt en wat nog beter kan opdat men nieuwe voorstellen kan doen op basis van wat er al gedaan wordt.

Voorbeeld oefening op de belevingsbanden:
Screen_shot_2011-04-22_at_13.30.09.png

- Bouwsteen 2: de actiecirkel
Komen tot verandering is zeer moeilijk. Er zijn verschillende stappen die doorlopen moeten worden waarbij de actiecirkel een hulpinstrument is. In het programma zijn bij elke stap een aantal vragen voorzien ter ondersteuning.

Screen_shot_2011-04-22_at_13.34.44.png
- Bouwsteen 3: Evalueren en bijsturen van de persoonlijke leerkrachtstijl.
Voorstelling van vijf pedagogische vaardigheden waar een leerkracht of opvoeder over zou moeten beschikken (volgens Patterson). Deze zijn leiding geven en grenzen stellen, monitoring, positieve betrokkenheid, positieve bekrachtiging en problemen leren oplossen. Patterson stelt dat een leerkracht of opvoeder met deze vaardigheden, respect uitlokt bij de leerlingen. Het programma biedt een instrument om deze te overlopen wanneer je als leerkracht je persoonlijke leerkrachtstijl wil aanpassen.

Hanteren van het instrument gebeurt in de volgende stappen
  • Stap 1: informeren
  • Stap 2: zelfobservatie en het inschakelen van een externe observator
  • Stap 3: reflectiemoment
  • Stap 4: werkpunt(en) selecteren.

Elke stap is voorzien van uitleg, vragen en eventueel zelf formulieren die men kan gebruiken om de stap goed te voltooien.

- Bouwsteen 4: Checklist ‘Pesten en geweld op school’
Deze bouwsteen bevat 3 vragenlijsten om na te gaan in hoeverre de leerlingen, leerkrachten en ouders geconfronteerd worden met de problematiek van pesten en geweld. Daarnaast is er een invulblad voor handen dat kan aangewend worden voor het vinden van vrijwilligers voor een schoolwerkgroep.

- Bouwsteen 5: Hergo op school
‘Hergo’ staat voor ‘herstelgericht groepsoverleg’. Er worden 10 criteria gegeven voor een geslaagde hergo op school.
Het programma biedt een scenariobeschrijving van hergo en adressen voor hergo - moderatoren en extra informatie te vinden. Deze bouwsteen is een mooi voorbeeld van herstelgericht werken op de school, na het voorkomen van een incident.

- Bouwsteen 6: Peerbemiddeling: leerlingen in de rol van bemiddelaar bij ruzies en conflicten
Men maakt hier gebuik van een opgeleide bemiddelende leerling, die voor een veilig en goed opgebouwd bemiddelingsgesprek zorgt zodat de betrokken partijen tot een herstelgerichte oplossing kunnen komen.
Wat vind je terug in het programma?
De fasen van een bemiddelingsgesprek met de nodige uitleg, gespreksregels en adressen voor meer informatie en vormingen.

- Bouwsteen 7: een rits adviezen en tips
Deze bouwsteen gaat over crisiscommunicatie en -management. Waarbij gewezen wordt op de nood aan het zorgen voor een crisisplan. Het programma geeft een aantal richtlijnen waar men aandacht voor moet hebben en daarnaast biedt het programma 13 regels die een houvast zijn voor crisiscommunicatie.

Deel 3: Pesten en geweld op school: een theoretische verkenning.
In dit deel van het programma wordt een theoretisch achtergrond geboden voor de problematiek van pesten en geweld op school. Men bespreekt wat de problematiek juist is en geeft meer informatie over de oorzaken en de gevolgen van pesten en/ of geweld. In dit deel worden ook prevalentiecijfers beschreven en de omvang van het probleem. Daarnaast wordt er theoretische kennis meegegeven over het schoolbeleid omtrent dit thema waarbij een aantal methodieken worden uiteengezet.

Sterke en zwakke punten van het programma

Sterke punten:

  • Keuze voor een whole school approach, de aanpak gebeurt op verschillende niveau’s.
  • Er wordt zowel aandacht besteed aan het werken in de diepte (mensen en structuren veranderen, versterken, inhoudelijk ondersteunen) als aan het werken in de breedte (aandacht voor alle actoren, zoeken naar ondersteuning, participatiekansen en gedeelde verantwoordelijkheid)
  • Het programma is gericht op samenwerking met oog voor alle individuen.
  • Het is een krachtige richtlijn voor de leerkrachten, schoolpersoneel en de directie.
  • Het programma bevat veel opdrachten, met veel variatie in werkvormen.
  • Men hoeft niet alle instrumenten te gebruiken, de school kan selecteren naargelang de eigen behoeften.
  • Er is veel ruimte voor eigen inbreng van alle betrokkenen, er wordt zeer veel gevraagd naar de mening van het schoolpersoneel.

Zwakke punten:

  • Er zijn weinig richtlijnen voor activiteiten met de leerlingen, de leerlingen zijn dus zeer weinig betrokken.
  • Wanneer de school richtlijnen selecteert, zal het moeilijk zijn om het resultaat ervan in te schatten, het programma heeft namelijk een opbouw waarvan je best de structuur volgt.
  • Tijdsintensief als je alles uit het programma wil halen dat het te bieden heeft.
  • Het programma vraagt zeer veel motivatie van de leerkrachten en het onderwijspersoneel.


Terug naar het Programmaoverzicht